Header

Laatste Stand van Zaken  - september 2019

 

Algemeen

De vaste lezer van mijn columns kent inmiddels wel “de barometerstand”, ook al verkeert de day of reckoning nog steeds in nevelen.  Deze leek zich aan te dienen bij de val van Lehman in 2008 maar werd destijds na een buitengewone krachtsinspanning door de Fed met het Amerikaanse ministerie van Financiën  afgewend waartoe werkelijk alle “onoirbare” middelen geheiligd bleken. Als antwoord op een definitieve koopkrachtomslag bleek de Strategische Portefeuille meer dan opportuun.  

 

Doordat de banken het krediet als vliegwiel van de economie om zeep hadden geholpen, probeerden de centrale banken dat euvel middels reddingsoperaties, geldverruiming (QE) etc. te bestrijden. Daartoe dienden lagere rentes, opkoop van staatsleningen (met afnemende risicopercepties tot gevolg) en voorts “geminimaliseerde” edelmetaalbeprijzing ter ondersteuning van het vertrouwen in de dollar na een bijzonder wankel moment in aug 2011. Na deze ingrepen liet de sinds 2009 virale Strategische Modelportefeuille aanvankelijk een dalend patroon zien. Bij een omslag toen zou het beeld precies omgekeerd zijn geweest. Evenwel, gezien de ongekend grote schuldcreatie staat thans een veel omvangrijkere monetaire crisis afgetekend ‘in the cards’, met dito gevolgen!

 

Ondanks alle onzekerheid (handelsrelatie V.S. – China, Brexit, Iran, Italië, de Fed die de controle kwijt is) verkeren de beurzen nog altijd “in hogere sferen”en lijkt er aan deze uitzonderlijk lange bull run nog geen eind te komen. Wel vertoont de beurs intussen meer nervositeit. Anderzijds: waar moet het geld heen bij nog lagere rentebijstellingen behalve naar edelmetaal?

 

Bij de verruiming van de kapitaalmarkt (Modern Monetary Theory - MMT*) begon “het geloof” steeds meer post te vatten dat er geen grenzen meer aan de schuldgroei  kleven en centrale banken zich in feite weinig zorg hoeven te maken over een afnemend vertrouwen in het functioneren van de huidige financiële markten. Met meer verruiming van de geldmarkt zou in principe een verdere beursstijging van 20% tot 25% in het verschiet kunnen liggen. Inderdaad, indien de economische groei gelijke tred zou houden met de schuldgroei valt hiervoor wel wat te zeggen. Echter, deze verhouding is volslagen ‘out of sync’ nu de mondiale schuld op een factor drie van het mondiale BBP is komen te liggen.

  • MMT impliceert een niet langer aan inkomsten gebonden uitgavenpatroon; in een dergelijke situatie behoeft een regering geen belastingen te verhogen en kan geld lenen tegen een (nagenoeg) 0-tarief, met de gelddrukpers altijd achter de hand. Waarom zouden we dan als belastingbetaler eigenlijk niet over dezelfde middelen mogen beschikken?

Onderwijl dreigen de midden- en lagere sociale klassen buiten de boot te vallen. Zie hieronder de inkomensontwikkeling tussen het top 5% inkomenssegment en het 50% middensegment die vorig jaar stond afgedrukt in de Washington Post, een bijzonder schrijnend beeld!

 

De top 5% zit op een stijging van ruim 50% terwijl de 50% middengroep neerkijkt op een daling van ruim 4%. Deze grafiek is al niet actueel meer en draagt intussen cijfers van 55% plus en 5% min. Intussen zijn deze percentages met nog enkele procentpunten uiteengelopen.

De meeste mensen zijn voor het levensonderhoud puur afhankelijk van hun inkomen (en later pensioen) en anticiperen daarbij op dezelfde koopkracht in de toekomst. Intussen blijkt ruim 40% van de Amerikaanse bevolking niet (meer) op vakantie te kunnen. Over de toekomstige koopkracht worden vanuit de regering maar weinig concrete uitspraken gedaan. Echter, naarmate die toekomst een ongewisser beeld krijgt, zal dat de onrust in de samenleving DOEN toenemen. Om die reden overweegt Trump nogmaals de belastingen te verlagen, een maatregel die opnieuw bijdraagt tot vergroting van dat vermaledijde begrotingstekort.

 

Gelet op het behoud van koopkracht als belangrijkste economische overlevingsprioriteit is het zaak hierop zo goed mogelijk voorbereid en ingespeeld te zijn waarbij basisbehoeften als water, (duurzaam) voedsel, (groene) energie, grondstoffen én edelmetaal (koopkracht!) buiten een dak boven het hoofd de basis vormen. Ons huis wordt tegen brand, inbraak en stormschade verzekerd maar een adequate verzekering tegen toekomstig koopkrachtverlies bestaat er niet. Dat gaat ons pensioen aan en ook onze sociale voorzieningen. Een door koopkracht “uitgewoond “ pensioen of toekomstige uitkeringen helpen je dan geen steek verder. Juist om deze reden heeft de Strategische ModelPortefeuille een basisfunctie als “polis” tegen toekomstig koopkrachtverlies!

 

NB. Voor een compleet en gedetailleerd beeld per sector leest u alles in de Portefeuille. De Portefeuille vraagt geen groot kapitaalbeslag en is geschikt voor zowel kleinere als ook grotere (professionele) beleggers. De Portefeuille is zodanig ingericht dat alle facetten van behoeftevoorziening en liquiditeit hierin voorzien.

Voor zover men reeds over een beleggingsportefeuille beschikt, verdient het aanbeveling deze kritisch tegen het licht van de Strategische Modelportefeuille te houden. Bij twijfel of onzekerheid staat altijd een kosteloos consult ten dienste.

 

Volgens de Wall Street Journal staat intussen ruim 60% van alle bedrijfsschuld van bedrijven in de Russell 2000 genoteerd als ‘junk’. Niettemin staan de koersen nog nagenoeg op een all-time high.  De belegger betaalt gemiddeld niet alleen een te hoge prijs voor de toekomstige winst maar tegelijk ook een te hoge prijs voor de ‘net assets’ (vermogen minus schuld)! Daarbij in aanmerking genomen dat de netto koopkracht (inkomen minus inflatie) de laatste decennia de facto stagnerend is geweest.

  

Volgens Weiss Research zou de totale ‘corporate  debt’ staat intussen uitkomen op een stand van ruim $14 biljoen of op ruim de helft van het Amerikaanse BBP. Ook dit is een ongehoorde ontwikkeling die zich in het verleden op deze schaal nooit heeft voorgedaan. Als de rente stijgt, zullen er ongetwijfeld vele slachtoffers vallen.  

Andere indicatoren

De door Dr. Robert Shiller, Nobelprijs laureaat 2013, ontwikkelde CAPE Ratio (Cyclically Adjusted Price-to Earnings Ratio) gemeten over een 10-jarige periode vertoont al geruime tijd een stijgende tendens, ofschoon deze dit jaar tot dusver enigszins is gedaald van 32 naar 29 punten. Deze uitslag is alleen realistisch  wanneer de koersen op grond van verbeterde resultaten en vooruitzichten stijgen en niet als gevolg van koersstijgingen verkregen middels aandelenopkoop (door het bedrijfsleven). Als gevolg hiervan ligt de S&P mediaan op een stand rond 29  punten ver boven de gemiddelde verhouding van 16. Op grond hiervan zou de S&P eerder rond een bijna gehalveerd niveau moeten vigeren. Een dergelijke CAPE stand heeft zich in het verleden slechts tweemaal eerder voorgedaan, met in beide gevallen “nogal” desastreuze gevolgen.

 

Bij een ‘reset’ dient er zelfs rekening te worden gehouden met een nog sterkere daling als gevolg van paniekverkopen en/of te hoge ‘leverage’, zoals die zich in het verleden ook altijd hebben voorgedaan.

Maar er liggen nog andere grote beren op de weg die het marktvertrouwen wezenlijk kunnen verstoren. De meest pregnante betreft uiteraard de ongekende geldmarktverruiming en daarmee samenhangend het gebrek aan beleidsruimte van de grootste centrale banken als de Fed, ECB, BoJ en BoE. Voorts zijn daar de biljoenen aan “stille” derivaten (afgeleide producten), door Warren Buffett omschreven als financial weapons of mass destruction, die geheel naar de achtergrond zijn gedrongen maar bij significante marktspanningen als een enorme katalysator kunnen fungeren.

 

Een graadmeter die niet meer wordt gevolgd is de snelheid van het geld in omloop die al lange tijd een flink dalende trend laat zien. Naarmate de omloopsnelheid daalt, neemt de economische activiteit af. Ondanks alle verwoede pogingen om de economische groei te stimuleren, blijkt hiervan nog steeds te weinig.

Deze chart dateert overigens van april 2018  aangezien de St. Louis Fed, het instituut dat dergelijke charts naar buiten bracht, “het niet langer nodig of zinvol achtte dit soort informatie te verstrekken”. Onduidelijk is waarom dit besluit is genomen maar het heeft wellicht te maken met “een  consigne" van het Witte Huis om  verder geen slapende honden meer wakker te maken.

 

Een dergelijk ‘consigne’ dateert niet van vandaag of gisteren maar gaat in feite al terug tot 1929 toen de uitkomsten door de National Income and Product Accounts (NIPA’s)  als onderdeel van de  BEA (Bureau of Economic Assessments) activiteiten eenmaal per vijf jaar werden “geijkt”. Deze zgn. window dressing van de overheid blijkt dus een veel langere geschiedenis te kennen!

 

Een uiterst neutrale index is de Baltic Dry Index die de droge bulk vervoersstromen meet. Deze laat sinds 2009 nauwelijks nog een positief beeld zien. De opgang dit jaar heeft vooral te maken met wapentransporten richting het Midden- en Verre Oosten. Opmerkelijk is dat deze sector nagenoeg nooit in de economische ontwikkelingen wordt meegenomen (!) terwijl het wel om één der grootste industrietakken gaat.

Terugblik

De voorgaande ontwikkelingen zijn uiteindelijk terug te voeren tot de historische datum van 15 augustus 1971 toen ‘tricky Dick’ Nixon - ‘I’m not a crook’ - de dollar liet loskoppelen van het goud (“tijdelijk” zei hij er nadrukkelijk bij) om daarmee ruim baan te maken voor een schuldcreatie zonder weerga. Zijn uitspraak werd gemotiveerd met: ‘to defend the dollar against the shadowy and intangible money speculators by removing its convertibility’,  een uitspraak die er niet om “loog”.  Even treffend waren z’n woorden: ‘I’ll promise you that the dollar will be as good as gold’. Hij moest daarbij wel even met z’n ogen knipperen.

In die tijd had nagenoeg niemand in de gaten wat de vergaande gevolgen zouden zijn van dit NOOIT meer teruggedraaide besluit. Nauwelijks was er een econoom die er op wees dat hiermee de poorten open zouden gaan voor een ongelimiteerde bijdruk van dollars, met een “gratis” import (olie!) tot gevolg. De V.S. “kampte” vervolgens decennia lang met tekorten op de handelsbalans zonder dat er iemand om maalde. Trump wenste de in het buitenland gevestigde Amerikaanse industrieën terug te fluiten met het risico dat de dollar op termijn meer en meer ‘dysfunct’ zal geraken juist door gebrek aan voldoende dollarliquiditeit op de internationale kapitaalmarkten. Hij is door z’n “adjudanten” nog niet teruggefloten, kennelijk omdat deze ontwikkeling vooralsnog in het geheel niet is door- en/of voorzien.

 

Buiten de oprichting van de Federal Reserve Board in 1913 als quasi centrale bank die steeds meer als “regisseur” van de mondiale monetaire markt dit alles heeft gefaciliteerd, bleek de ontkoppeling van de dollar/goud relatie de meest evidente miskleun te zijn geweest. Het grootste “schuldcomplex” aller tijden dat hiervan het gevolg is (zie chart beneden), zal leiden tot de diepste economische crisis . Hoewel dit tot dusver nog maar weinigen lijkt te beroeren, durf ik wel met zekerheid te stellen naar ‘the mad house’ te zijn verwezen door tien jaar geleden een dergelijk scenario te hebben voorspeld. Om met koning Willem Alexander te spreken, “het is welhaast onvoorstelbaar hoe snel ‘het ongewone gewoon begint te worden”.

 

Het onvoorstelbare gevolg: bij een Dow stand van ca. 1.000 punten en een goudprijs van $35 per ounce op de dag van de ontkoppeling zou je de Dow destijds nog voor een slordige 30 ounces hebben moeten kopen. Thans op een Dow stand van ruim 26.000 punten (all-time high) en goud intussen op ruim $1.500 per ounce zou je “slechts” ca. 17 ounces hoeven neer te leggen. Over koopkracht gesproken! Kortom, had je sinds die tijd nooit iets anders gedaan dan goud hebben bezeten dan zou je thans bijna anderhalf maal de Dow “op zak” hebben gehad.

 

De huizenhoge schuld als zwaard van Damocles

De onderstaande chart staat al langere tijd op “eenzame hoogte” in het Voorbericht van de Portefeuille, er op duidend dat we hier te maken hebben met een fenomeen dat nooit eerder is vertoond: een ongelimiteerde groei van de staatsschuld! 

 

Deze schuldgroei vormt niet alleen voor de V.S. de allergrootste bedreiging maar voor de gehele  financiële wereld en de wereldeconomie. Deze ontwikkeling is al dermate lang gaande dat deze uit zicht dreigt te raken. Als “heilige graal” blijft de economische groei centraal in beeld staan, terwijl deze NOOIT meer in staat zal zijn om “het vlekje” van de schuldgroei te kunnen wegwerken. De almaar aangroeiende schuld stemt bijgevolg tot “ernstig nadenken”, de kiem tot wantrouwen!

 

De schuldgroei werd de afgelopen jaren weliswaar enigszins afgeremd door de rente aldoor neerwaarts bij te stellen, ook al was deze bedoeld om de economie te stimuleren. Wanneer de koersen van de langer lopende leningen stijgen, resulteert dat in een negatieve yield opbrengstcurve. In het verleden wees een dergelijke ontwikkeling op een recessie als gevolg van een verhoging van de korte rente om een dreigend inflatiegevaar te neutraliseren. Bij een neerwaartse “bijsturing” van de korte rente is dat juist niet aan de orde.

 

Als gevolg van de gestegen vraag, vooral door de opkoop van centrale banken van langer lopend staatspapier stijgen de koersen weliswaar maar tegelijkertijd daalt de yield gezien de geringere renteopbrengst. We spreken dan van een inverse yield curve.

 

Juist gezien de neerwaartse rente-ingrepen  is dit fenomeen een veel minder betrouwbare recessie indicator geworden. Zolang de schuldgroei (daarop is geen enkel uitzicht!) niet afneemt, zal er aan deze ontwikkeling geen einde komen. Tegelijk geldt deze ontwikkeling als een regelrechte depressie-indicator met stagflatie (stagnerende groei in combinatie met een sterke inflatie) als kenmerk.

Nergens beter dan in China en Rusland wordt deze “donderwolk” nadrukkelijk onderkend. Niet voor niets blijken deze twee landen de grootste de grootste kopers op de edelmetaalmarkt te zijn, terwijl ze ook al de grootste producenten zijn. Met een voorraad van bijna 2.000 ton in Rusland (officieel cijfer) en wellicht tegen de 20.000 ton in China (taxatie GoldBullion in 2018) is men in die landen redelijk goed gepositioneerd en geprepareerd op toekomstige monetaire “ontwikkelingen”. Deze landen kunnen zich een relatief hogere schuldquote permitteren dan vele Westerse landen met minder goud “in huis”.

 

De meeste Europese landen blijken tegen een hogere schuldquote (staatsschuld vs. BBP) aan te hikken dan bij de opzet van de Europese Monetaire Unie (EMU) was vastgelegd in de Akkoorden van Maastricht (1991). De overeengekomen maximale schuldquote is weliswaar vastgesteld op niet meer 60% van hey BBP maar deze bleek voor Duitsland na de eenwording in oktober 1990 al snel niet haalbaar en werd ras overschreden. Een slecht voorbeeld voor de andere EMU deelnemers nadat de hierop rustende sancties in de vorm van boetes niet werden opgelegd, gezien het kostenplaatje van de samensmelting met een totaal “obsoleet” Oost-Duitsland.  

 

Zo zijn er nu diverse landen in Europa met een aanzienlijk hogere schuldquote dan oorspronkelijk was overeengekomen, waarbij de grens van 95% als zeer kritisch wordt beschouwd. De vraag is of deze quote ueberhaupt nog weer het niveau van 60% zal weten te bereiken, vooral tegen de achtergrond van de relatief trage economische groei. Daarbij komt dat In de zuidelijke landen de groei bovendien in sterke mate met schuld wordt gefinancierd.  Nederland en Duitsland (niet opgenomen) met een huidige quote beneden 60% steken hierbij gunstig af (overigens ten koste van overheidstaken als de zorg, onderwijs, defensie en justitie en voor Duitsland ook de infrastructuur). Volgens onderstaande chart van het Duitse statistiekbureau Statista blijken de grootste pijnpunten zich in onderstaande landen te bevinden.

Het zorglijke is bovendien dat een groot deel van deze schulden middels de aankoop van (staats)schuldpapier door de ECB in Frankfurt geparkeerd staat. Weliswaar was de ECB aanvankelijk voornemens deze aankoop af te bouwen maar waarschijnlijker is dat de ECB dit beleid opnieuw oppakt. Kortom, een ontwikkeling zonder een wezenlijk positief perspectief.

 

Conclusie

Samenvattend mogen we vaststellen dat de toekomst nog nooit om zoveel financiële aandacht heeft gevraagd als in deze fase van monetaire “verwildering”. Het is onverminderd de hoogste tijd om de ‘normalcy bias’ vaarwel te zeggen en terug te keren tot  een ‘back to basics’ mindset, waar het onder cruciale omstandigheden de facto altijd om gaat!

 

Op grond hiervan vervult de Strategische Modelportefeuille anno nu een zeer zinvolle overweging om straks niet verrast te worden door een onontkoombare en onoverzienbare koopkrachtdaling.

 

Terzijde: op verzoek van een aantal high net worth investors in 2014 is buiten de bestaande sectoren in de Portefeuille ook gekeken naar de mogelijkheid van een niet-beurs gerelateerd alternatief. Als voorwaarden  golden een uniek investeringsconcept, langjarig solide track record, een bovengemiddelde opbrengst/risico verhouding, geen management fees en niet minder belangrijk: bovengemiddelde resultaten. Na ruim vijf jaar ervaring heeft dat de investeerders geen windeieren gelegd. Dit “alternatief” geldt als supplement in de Portefeuille. Het staat een ieder vrij hiervan ook separaat kennis en gebruik te maken. Hieraan zijn geen additionele kosten verbonden (zie de Private Equity link op de home page).  

 

Noot: de portefeuille is intussen gesloten maar inzage is niettemin mogelijk en dat geldt in het bijzonder voor edelmetaal dat thans via diverse kanalen wordt aangeboden maar die meestal niet afdoende veilig zijn. Bovendien is het gegeven de huidige beursbubbel niet verstandig nu in te stappen maar anderzijds wel geprepareerd te zijn. Het begeleidende verschijnsel bij het afscheid nemen van het huidige monetaire systeem impliceert het ineenzijgen van alle bubbels – aandelen, obligaties en vastgoed. Het Voorbericht is daarentegen met de laatste stand van zaken geactualiseerd en kan met de op termijn geactualiseerde Portefeuille worden geopteerd voor €95. Automatisch volgt ook toezending van mijn column. Aanmelding uitsluitend per email: info@robertbroncel.com.

 

Robert Broncel

Copyright, september  2019

 
 

Homepage | De Markt | Columns | Quotes| Archives | Introducties | Aanmelden | Contact

 


Disclaimer Portefeuille 

Hoewel alle berichtgeving alsmede de fondsprofielen met de grootste zorg worden samengesteld en uitgebracht, kunnen geen waterdichte garanties worden verstrekt. Wel wordt de berichtgeving vanuit eigen bron zowel als van externe professionele research pas na due diligence naar buiten gebracht. De deelnemer is te allen tijde zelf verantwoordelijk voor de opvolging alsmede de aan- en verkoopbeslissingen die hij/zij hieraan ontleent. 

Het portefeuillebeheer blijft onder het ressort van Robert Broncel, waarbij de deelnemer de vrijheid heeft al dan niet opvolging te geven aan de aanwijzingen ter zake. Het kan voorkomen dat door onvoorziene omstandigheden berichten te laat worden opgenomen zonder dat hiervoor verantwoordelijkheid kan worden genomen. Voorts zal de waarde van de portefeuille fluctueren en kunnen er nooit garanties voor de toekomst aan worden ontleend. 

Het intellectueel eigendom van de portefeuille, analyses en copyrights liggen bij Robert Broncel. Verder mag er zonder toestemming NIETS van deze site worden gekopieerd of op de een of andere wijze elders worden weergegeven.

2017 © Robert Broncel